Auteursrecht loopt uit de hand

Herbert Blankesteijn

Als tamelijk productief auteur krijg ik jaarlijks vreemdsoortige vergoedingen voor gebruik van mijn werk door derden. Reprorecht, leenrecht, thuiskopierecht, kabelrecht… om maar te zwijgen over de ouderwetse royalties.

Het gaat altijd om bescheiden bedragen; ik kan er een paar keer lekker van uit eten. Wat mij tegenstaat is de creativiteit van de organisaties die mij als auteur zeggen te vertegenwoordigen om uit de meest onbenullige toepassingen van míjn creativiteit geld te slaan. De consument moet het opbrengen (ook als ik de vergoeding weiger) en het is de vraag of dat terecht is.

Royalties staan wat mij betreft niet ter discussie. Zij compenseren het bedrijfsrisico van de auteur. Als een boek of cd flopt krijg je niets, maar het kan ook lekker oplopen. Als iemand probeert winst te maken met mijn werk (bijvoorbeeld een blad hergebruikt een reeds gepubliceerd artikel) is het normaal dat ze een prijs betalen. De rechtvaardiging voor reprorecht (voor kopietjes uit kranten), thuiskopierecht (van toepassing op audio en video) en leenrecht is zwak. Derving van omzet door de auteur is onbewezen; een rechtstreeks verband tussen gebruik van het werk en winst door een derde partij ontbreekt. Heffingen op blanco dragers als cassettes en cd's zijn helemaal vreemd. Ze belasten een illegale activiteit die niet eens door alle kopers wordt bedreven.

Verfoeilijk zijn naburige rechten (van toepassing op muziek in cafés en dergelijke) en kabelrechten. Het zijn constructies waardoor auteurs aantoonbaar dubbel worden betaald. Om kabelrecht als voorbeeld te nemen: ooit werden televisieprogramma's landelijk uitgezonden door etherzenders. Betrokken auteurs, nemen we aan, werden netjes gehonoreerd. De kabeltelevisie veranderde niets aan het bereik van de programma's; het enige dat veranderde was dat sommige mensen hun spriet wegdeden. Toch hebben de auteursrechtenorganisaties afgedwongen dat de kabelmaatschappijen moesten betalen voor het recht om een signaal door te geven waarvoor de auteursrechten al waren voldaan. Het oorspronkelijke doel van het auteursrecht, namelijk creatievelingen een redelijke beloning bieden voor hun werk, is hier zoek. De letter van de wet staat in dienst van maximalisatie van winst. De consument betaalt het gelag via het kabeltarief.

In het digitale tijdperk gaat dit spelletje landveroveren door. Ook Digitenne, dat een digitaal pakket zenders via de ether doorgeeft, kan qua rechten een poot worden uitgedraaid. Er kijkt geen hond extra, maar de auteurs vangen gratis geld. Radiostations op internet moeten betalen voor de muziek die ze draaien, terecht, maar de auteursrechtenorganisaties hebben op dit nieuwe terrein de kans gegrepen een veel hoger tarief op te leggen dan voor etherstations. Niet omdat het redelijk is, maar omdat het kan.

Nieuw zijn de digitale technieken voor rechtenbeheer, het zogeheten digital rights management (drm). Muziek die via internet legaal wordt verkocht is met dit soort technieken 'beschermd'. Onnodig, want alle muziek is ook gratis te vinden als illegale bestanden. De muziekliefhebbers die zich desondanks wenden tot legale diensten worden gestraft met de noodzaak speciale software te installeren, met muziekbestanden in obscure formaten (lees: geen mp3) en met beperkingen in het gebruik van de muziek. Cd's met kopieerbeveiligingen zijn vaak niet normaal af te spelen in apparaten waarbij de consument dat wel zou verwachten, zoals dvd-spelers en pc's. Een cd die niet meer bevalt kun je tweedehands doorverkopen; met op internet gekochte digitale bestanden gaat dat niet.

Het volgende slachtoffer is video. Over een jaar moeten in de VS alle digitale videorecorders kunnen omgaan met een 'vlaggetje' dat aan digitale videoprogramma's is gekoppeld en dat aangeeft welke kopieerbeperkingen er gelden. Een opname meenemen naar een ander apparaat en daar bekijken zal dan bijvoorbeeld niet meer mogelijk zijn - tenzij je extra betaalt. Het is een kwestie van tijd voor ook de Europese regelgevers zoiets voorschrijven. Mochten digitale boeken ooit in zwang raken, dan zullen zulke beperkingen daar ook voor gaan gelden. Iemand een boek lenen is dan niet vanzelfsprekend meer.

Het auteursrecht geldt voor een lange tijd (tenminste 50 jaar) maar niet oneindig lang. Maar geen kopieerbescherming ontsluit zichzelf na welke periode dan ook. De Amerikaanse Digital Millennium Copyright Act maakt het illegaal een kopieerbescherming te doorbreken, of de rechten vervallen zijn of niet. Een Europese pendant staat op stapel. De eigenaar van een digitaal werk kan dus van het vervallen van de rechten geen gebruik maken. Het auteursrecht wordt zo de facto eeuwig.

Het auteursrecht moet worden herzien op zo'n manier dat aan het oorspronkelijke doel recht wordt gedaan: het redelijk honoreren - niet minder maar ook niet meer - van de auteur zelf. Het zou onvervreemdbaar moeten zijn, en zou moeten vervallen met het overlijden van de auteur. Onzinnige afgeleide rechten moeten weg. Auteurs die zelf bepalen hoe ze met hun rechten omgaan kunnen sinds juni van dit jaar hun werk koppelen aan redelijke standaardlicenties in verschillende varianten. Deze licenties zijn te vinden op de website www.creativecommons.nl.