Digitale betutteling

Herbert Blankesteijn

Onuitroeibaar onder techneuten: de gedachte dat er behoefte is aan apparaten die voorzien wat wij willen.

Hoeveel mensen krijgen niet, als ze in MS Word zitten te tikken, van die rode en groene krullijntjes onder sommige passages? Dat wil je vast verbeteren, zegt Word daarmee. Nee, dat wil ik helemaal niet! Ik kijk zelf mijn stukje wel na. Sodemieter op.

Of natuurlijk de verfoeide pratende paperclip. 'Zo te zien ben je bezig met een brief, kan ik helpen?' Bemoei je met je eigen zaken!

In 2000 verscheen in De Volkskrant een stuk over een systeem van Philips, dat in de huiselijke sfeer op onze behoeften zou moeten anticiperen. Het project heette Bello, ook dat nog. De Volkskrant: 'Dan registreren de microfoons en de camera's in deze kamer dat we een belangrijk gesprek voeren. Daardoor zal de telefoon automatisch op voice mail overschakelen.'

Hierover schreef ik in Intermediair:

'De techneutelijke zelfgenoegzaamheid druipt er vanaf. Twintig jaar zijn ze vergeefs bezig met spraakherkenning, en nu blijken ze in gedachten al een systeem te hebben dat het belang van een conversatie meet. Maar misschien is het gesprek belangrijk doch vervelend, en word ik gráág gestoord! Wat als er een telefoontje komt van het ziekenhuis dat een van mijn kinderen een ongeluk heeft gehad? Met andere woorden, hoe weeg je het belang van een telefoontje dat je niet beantwoordt? () Ik weet zeker dat ik een dergelijk systeem dagelijks zou vervloeken. () En wie is die computer dat hij het licht aandoet als ik met de krant ga zitten? Misschien wil ik die krant straks gaan lezen, en wil ik nu rustig in het halfduister over een zware dag nadenken. Denkt-ie soms, denken ze bij Philips soms, dat ik zelf niet dat knopje kan indrukken?'

De paperclip is afgegaan door een zijdeur. Over Bello heb ik al lang niets meer gehoord - moge dat nog lang zo blijven. Aan hetzelfde computer-als-attente-butler-misverstand lijdt de zoekmachine Idol Enterprise Desktop Search van Autonomy [LINK: http://www.autonomy.com/content/home/], die uit eigen beweging terwijl je werkt 'relevant materiaal' aandraagt. Ik moet daar niet aan denken. Soms wil ik gewoon werken en kan ik het niet gebruiken dat iemand of iets me afleidt met dingen waar ik toch echt even naar moet kijken.

Helemaal bont maken ze het aan het Massachusetts Institute of Technology, waar ze een paar dozen met smartphones geprobeerd hebben nóg smarter [LINK: http://www.theregister.co.uk/2004/11/25/super_smart_phone/] te maken met eigengemaakte software. De telefoons leggen alles vast wat je doet - wie je belt of sms't, wanneer je foto's maakt, welke programma's je hebt gebruikt, welke Bluetooth-apparaten voorbijgekomen zijn - en alsof dat niet erg genoeg is word je ook geacht zelf dingen in te toetsen die de telefoon niet direct kan weten, zoals waar je bent geweest en wat je hebt uitgespookt. Als je dat allemaal doet, en niet bang bent dat iemand die gigantische database van je privéleven in handen krijgt, kun je op een dag de vruchten plukken, bijvoorbeeld wanneer de telefoon je maant niet teveel te drinken op een feestje omdat je de volgende dag een belangrijke bijeenkomst hebt.

Ik zou het kreng onmiddellijk in het bier verzuipen. Wat zullen we nou krijgen, net als ik met een leuke vrouw in gesprek ben geraakt.

Apparaten mogen alarm slaan, bijvoorbeeld als ik moet opstaan, als iemand me belt of als er een afspraak ophanden is. Maar ze moeten goed beseffen dat ze véél dommer zijn dan een peuter en dat nog heel lang zullen blijven. Net als peuters moeten ze vooral leren hun mond te houden tot ze iets gevraagd wordt.