Verspilling van schijfruimte

Herbert Blankesteijn

 

Je moet vandaag de dag van goeden huize komen om een nieuwe harde schijf vol te krijgen. 20 GB (20.000 MB) is de norm; schijven van meer dan 100 GB zijn al op de markt. Ter vergelijking: 20 GB is goed voor de tekst van 20.000 zeer kloeke boeken of voor 300 uur muziek in mp3-vorm. Toch weet de computer zelf met deze weelde uitstekend raad: schijfruimte wordt op grote schaal verspild. Sommige bestanden nemen honderd keer zoveel ruimte in als hun werkelijke omvang. Hoe groter de schijf, hoe groter dit probleem. Hoe kan dat, en wat valt ertegen te doen?

 

Windows beheert de gegevens op een harde schijf door de schijf in genummerde vakjes te verdelen. Deze vakjes heten clusters; ze zijn te vergelijken met de hokjes in een letterbak. Er zijn ruim twee miljoen beschikbare nummers; dat is dan ook het maximum aantal clusters. De clusters zijn bij Windows 98 en recentere versies minimaal 4 kB groot (4000 letters, acht velletjes A4). Bij schijven van 8 GB wordt hun maximale aantal bereikt. Aangezien grotere schijven niet meer clusters kunnen hebben, moeten de clusters groter zijn. Zo meten de clusters van een harde schijf van 40 GB al 32 kB. De standaard die deze voorwaarden bepaalt is het bestandssysteem FAT-32.

 

Windows lokaliseert bestanden op de harde schijf aan de hand van het nummer van een cluster. Uiteraard mogen geen twee bestanden hetzelfde nummer hebben; er kunnen geen twee objecten in hetzelfde hokje in de letterbak. Daarom neemt ieder bestand, hoe klein ook, een heel cluster in beslag.

 

Sommige bestanden zijn extreem klein, zoals cookies (tekstbestandjes die websites bij bezoekers plaatsen) en favorieten (beide in C:/Windows/). Omdat dergelijke besatanden maar ca. honderd bytes per stuk beslaan, nemen ze op een schijf van 40 GB al gauw honderden malen hun eigen omvang in beslag. Een map met 350 cookies (geen uitzondering na een paar maanden surfen) kan dan, in plaats van de werkelijke 300 kB, tientallen MB aan schijfruimte kosten. Maar ook tekstdocumenten zijn zelden groter dan enkele kB en dragen uitbundig aan deze verkwisting bij.

 

Nog altijd zal een schijf van 20 of 40 GB niet zomaar vol raken. Juist de grote bestanden waarmee dat zou kunnen lukken (video bijvoorbeeld) vullen een groot aantal clusters volledig, zodat er juist weinig ruimte verloren gaat. Maar wie, bijvoorbeeld uit een oud-Hollands streven naar zuinigheid, de verspilling wil bestrijden, kan zijn harde schijf verdelen in partities. Daarmee presenteert één fysieke harde schijf zich als een aantal kleinere. Van een schijf van 40 GB zijn vijf partities van 8 GB te maken, zodat de minimale clustergrootte van 4 kB weer is bereikt. Een handig programma om partities te creëren is PartitionMagic (www.powerquest.com).

 

Het volgende probleem nadert dan alweer. Elke partitie krijgt in Windows een schijfletter, waarbij er twee zijn gereserveerd voor diskettestations, en minstens een nodig is voor een cd-romdrive. Wie hecht aan kleine clusters en dus aan partities van 8GB, krijgt ergens tussen de 150 en 200 GB totale schijfruimte een probleem: de schijfletters zijn op.

 

Daarvoor zijn weer twee mogelijk oplossingen. Eén: een of meer zeer grote partities wijden aan grote bestanden zoals muziek, foto's en video, die nauwelijks ruimte verkwisten. Twee: overgaan op het nieuwe Windows XP, dat 25 oktober wordt gelanceerd. Windows XP kent het bestandssysteem NTFS, waarbij de gebruiker zelf de clustergrootte kan instellen.