Naar nieuwe schaatsrecords

Herbert Blankesteijn, NRC Handelsblad 27-10-'98


Het schaatsseizoen staat weer voor de deur, en de vraag rijst waar we dit jaar de records vandaan moeten halen. De klapschaats en Gianni Romme zullen er nog wel een paar voor hun rekening nemen, maar sensationele sprongen als die van vorig seizoen kunnen we niet meer verwachten. Voor echte vorderingen is een nieuw idee nodig.

Een goed voorstel is te vinden in de archieven van het wetenschappelijke blad Nature, in het nummer van 13 oktober 1994. Het is gebaseerd op verminderde luchtdruk. Zoals bekend kunnen op grote hoogte in veel disciplines indrukwekkender prestaties worden geboekt, door de lagere luchtweerstand. In de Lage Landen springen de harten van de schaatsliefhebbers op bij het naderen van een lagedrukgebied; een stevige depressie brengt een luchtweerstand vergelijkbaar met die op een kilometer hoogte.

Het bewuste artikel in Nature werd geschreven in een tijd dat het werelduurrecord fietsen bijna wekelijks van eigenaar veranderde. Ook hier waren nieuwe foefjes bedacht. Graeme Obree had een speciale houding en een bijpassende fiets om die houding mogelijk te maken. Deze fiets is later verboden, maar het record dat Obree vestigde voordat het verbod van kracht werd kon niet ongeldig worden verklaard. Chris Boardman kwam met een nieuwe fiets die onder meer een halve voorvork had. Miguel Indurain had een heel eigen strategie: hij kon hard fietsen.

Net als het moderne schaatsen wordt deze vorm van wielrennen beoefend op overdekte banen. De natuurkundigen Jonathan Snow en Mark Drela rekenden in Nature voor wat er zou gebeuren wanneer je zo'n stadion vacuum zou pompen en het daarna zou vullen met pure zuurstof onder eenvijfde van de normale atmosferische druk. Omdat 20 % van de gewone omgevingslucht uit zuurstof bestaat zou dit voldoende zijn om normaal te ademen, maar de 'ballast' zou ontbreken, dat wil zeggen de 80% voornamelijk stikstof die alleen luchtweerstand veroorzaakt en niet nodig is voor de ademhaling.

Gebruikmakend van bekende natuurwetten en een paar aannemelijke veronderstellingen berekenden Snow en Drela dat de drie wielrenners onder deze omstandigheden met dezelfde inspanning 87 kilometer in een uur zouden kunnen rijden in plaats van 53, het toenmalige record. Op schaatsen toegepast zou dit betekenen dat rondjes van om en nabij de twintig seconden mogelijk zouden worden (nu ruim dertig), een snelheid boven de zestig km per uur, en een tijd op de tien km onder de tien minuten.

Snow en Drela hielden zich niet bezig met de eisen waaraan het stadion zou moeten voldoen. Het drukverschil tussen binnen en buiten zou overeenkomen met de druk van een laag van acht meter water. Een duikerklok is daar nog wel op te ontwerpen maar een bouwsel met de omvang van een stadion niet, zeker niet tegen redelijke kosten. Een normaal stadion zou onmiddellijk in elkaar klappen. Gelukkig is een remedie voorhanden. Een beproefd middel uit de duiktechniek is het vervangen van het verwijderde stikstof door het vederlichte helium. In een stadion doet dat de winst in de luchtweerstand voor slechts een zevende deel teniet, terwijl het drukverschil volledig wordt gecompenseerd zodat het stadion overeind blijft. Vermenging met de buitenlucht is te voorkomen door een goede afdichting in combinatie met luchtsluizen, of liever nog door een geringe overdruk in het stadion. Als komisch neveneffect brengt de menselijke stem in dit lichte gasmengsel (de lichtheid is verantwoordelijk voor de verminderde weerstand) een hoger geluid voort. Het is een bekend effect dat duikers in een dergelijke atmosfeer praten met Donald Duck-achtige stemmetjes. We moeten dan wennen aan een andere klank van het gejuich in het stadion. Overigens zal het gebouw een minimum aan gewicht moeten hebben om niet het luchtruim te kiezen, maar hiervoor zullen geen speciale maatregelen nodig zijn.

De schaatsers krijgen vrijwel zeker problemen met het bochtenwerk. Net als nu al op de 500 meter, zal de binnenbocht nauwelijks meer te volgen zijn. Ook daar zijn oplossingen voor: grotere banen of hellende bochten als in wielerstadions. Een nieuwe uitdaging voor de ijsmeesters, maar niet een zonder precedent want bobsleebanen hellen al sinds jaar en dag.

Drela en Snow stelden in 1994 vast dat de reglementen van de Wielerunie niets voorschreven over de samenstelling van de lucht in het stadion. Net als in het geval van Obrees fiets zou er dus tenminste één geldige recordpoging kunnen worden gedaan alvorens de methode eventueel zou worden verboden. Ook bij schaatsen kan een truc waarop niemand verdacht is moeilijk expliciet in de regels zijn uitgesloten. Records worden erkend als ze zijn gereden tijdens een officieel toernooi, maar dat kan ook een nationaal toernooi zijn. Een mooie kans voor de KNSB en Thialf om geschiedenis te schrijven.


Het materiaal dat hier verkrijgbaar is mag worden gedownload, gelezen en zelfs gekopieerd, maar alleen voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Alles is copyright Herbert Blankesteijn, tenzij anders vermeld.