Techniek gebracht als amusement wordt ervaren als amusement

Herbert Blankesteijn, Technisch Weekblad 4-10-'95


Het wordt weer Wetenschapsweek. Wetenschap- en Techniekweek moet ik natuurlijk zeggen maar die eerste zin allitereerde zo lekker dat ik 'm toch maar heb opgeschreven. Waarmee ik meteen de vraag wil stellen waarom die week potverdorie zo'n gedrochtelijke naam moet hebben, waar je als 'copy writer' niets mee kunt. Zelfs de kennispropagandisten in Nederland gaan zich te buiten aan juistheid en volledigheid waar slogans meer op hun plaats zouden zijn.

Wat is de betekenis van zo'n wetenschapsweek? De bedoeling is, mensen kond te doen van wat er in Nederland gebeurt aan onderzoek en ontwikkeling, en in het algemeen om ze voor dit soort dingen te interesseren. In het bijzonder wordt gemikt op een jong publiek. Middelen die daarvoor worden gebruikt zijn onder andere open dagen, exposities, demonstraties, en natuurlijk de massamedia.

Waar het om draait bij dit soort dingen is het trekken en vasthouden van de aandacht. Daar zijn in de loop van de - korte - geschiedenis van het populariseren verschillende manieren voor ontdekt: het weglaten van details, het gebruiken van gewone spreektaal, het hanteren van analogieŽn, enig theater, audiovisuele hulpmiddelen enzovoorts. Het grappige is dat deze technieken net als technische technieken (als u begrijpt wat ik bedoel) snel verouderen. Niet dat de genoemde trucs helemaal onwerkzaam worden maar met de opkomst van de videoclip en de reclamespot is er minder emplooi voor spreken als zodanig. Je kunt marktkoopmanteksten aanheffen tot je een ons weegt, als niemand luistert omdat iedereen naar een flitsend filmpje zit te kijken bereik je niets. Het is net als een PC met een 286 chip erin: hij doet het nog prima maar niemand gebruikt hem want er staat allang een betere, althans een leukere.

De steeds gelikter vormen van informatieoverdracht en propaganda gaan op den duur zichzelf tegenwerken. Het moet sneller, korter, sensationeler. Uit Amerikaans onderzoek is eens gebleken dat schoolkinderen in de VS niet langer achter elkaar kunnen opletten dan de gebruikelijke tijdsduur tussen twee reclamespots. Het is tijd dat dit onderzoek eens wordt herhaald want als mijn eigen kinderen een maatstaf zijn dan is deze tijdsduur intussen teruggebracht tot de lengte van de commercials zelf. Als er een vraagt: 'Pappa, waarom moet er benzine in de auto?' dan weet ik dat terstond mijn tijd ingaat en dat na dertig seconden onverbiddellijk Loeki aan de beurt is. - 'Hee, waar ga je naar toe, ik sta je wat te vertellen, je vroeg toch iets?' Een gekweld gezicht: 'Ja maar Pappa, je prŠŠt altijd zo lang!'

De invloed van de videoclip heeft geleid tot snel gemonteerde promotiefilms van universiteiten, en tot wetenschappelijk-technische televisie boordevol trucages en ander effectbejag. De opkomst van de pretparken heeft het uitleggen en populariseren naar nieuwe hoogten gejaagd: publieksevenementen waar kennis wordt gepresenteerd zijn nauwelijks meer denkbaar zonder dat de kennis op een of andere manier aan den lijve wordt ervaren. Het hooggeŽerd publiek gaat in de centrifuge, in de klimaatkamer, op het slappe koord, in vrije val, u zegt het maar. Geen sterveling die dan nog naar een video kijkt. Mijn vader gebruikte een kladpapiertje om mij het principe van wisselstroom uit te leggen; ik vrees dat mijn kinderen geen genoegen zullen nemen met minder dan een elektrische stoel.

Er zijn dus steeds zwaarder middelen nodig en daarmee valt te leven zolang het werkt. Of het werkt vraag ik me af. Wetenschap en techniek kunnen amusant zijn maar zodra ze worden gebracht als amusement zullen ze worden ervaren als amusement, en meer niet. Jongelui die een technische opleiding kiezen op grond van een door videotrucages verwrongen beeld zullen zich in de collegebanken en prakticumzalen niet bijzonder amuseren. Als je het (juiste) beeld verspreidt dat wetenschap slavenwerk is en techniek zwoegen, dan is dat slecht voor de instroom maar goed voor het succespercentage. Je krijgt dan namelijk de jongelui die zwoegen op techniek leuk vinden.

Blijft de vraag of je dat slag mensen kunt kweken en zo ja hoe. Over een jaarlijkse week vol evenementen heb ik mijn twijfels. Je gaat naar een open dag als je al belangstelling hebt, of als je wordt meegesleept door je ouders - en dat laatste werkt meestal averechts. Ik geloof dat de kiem voor technische belangstelling op een (nu nog) onnaspeurlijke wijze in de genen zit. Affiniteit valt niet af te dwingen. Of die kiem tot ontwikkeling komt ligt hoofdzakelijk aan de ouders en in minderen mate aan overige familie, vriendjes, leerkrachten en zo. Ouders laten een kind zich dingen afvragen en geven dan zelf een antwoord dat de dertig seconden niet te boven gaat. Ouders helpen een kind onder motorkappen te kijken, zeepkisten en radio's te bouwen. Ouders slepen een kind mee naar een open dag maar doen daarbij alsof zŪj geen zin hebben zodat het generatieconflict het kind de juiste kant op stuurt. Pas dan krijgt een Wetenschap- en Techniekweek het juiste ruwe materiaal.

Maar hoe kweek je zulke ouders?


Het materiaal dat hier verkrijgbaar is mag worden gedownload, gelezen en zelfs gekopieerd, maar alleen voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Alles is copyright Herbert Blankesteijn, tenzij anders vermeld.
  • Terug naar het Menu Populariseren.
  • Terug naar het Optimax menu.
  • Terug naar het Hoofdmenu Archief Herbert Blankesteijn.