Belachelijke science fiction

Herbert Blankesteijn, Intermediair 17-6-'99

Eens in de zoveel tijd belandt er een portie belachelijke science fiction in een serieus bedoeld krantenbericht. Een redacteur zonder technische of wetenschappelijke achtergrond leest iets in een buitenlands wetenschappelijk blad, schrijft daar een slechte samenvatting van en hupla, weer een stukje klaar.

'Eindelijk zullen we boven de file zweven,' stond laatst in De Volkskrant boven een artikel over een nieuw Amerikaans produkt: een auto die ook kan vliegen. Een intrigerende zin, want als 'we' boven de file zweven, wie staat er dan in die file? En als er door al dat zweven géén file meer staat, zou autorijden dan niet bepaalde voordelen hebben? Zulke eenvoudige vragen ontbraken in het verhaal, en de antwoorden dus ook.

Met de kop was de essentie van het artikel goed weergegeven. Kritiekloos waren de beweringen van de maker van de Skycar, de ondernemer Paul Moller, uit New Scientist overgeschreven, met als lippendienst aan de journalistieke argwaan nu en dan een frase als 'volgens de uitvinder'. Dezelfde gemakzucht brengt radio- en televisieprogramma's ertoe hun inhoudelijke verantwoordelijkheid weg te geven aan geïnterviewde deskundigen. Als je rapporteert wat een ander heeft gezegd, meld je vanzelf de waarheid. En dan hoef je het waarheidsgehalte van de beweringen van die ander niet te onderzoeken. Het journalistieke werk beperkt zich tot het vasthouden van een microfoon of het citeren van een tijdschrift.

Een vliegmachien voor iedereen? Je kunt je voorstellen dat die dingen door technische of economische ontwikkelingen spotgoedkoop worden. Maar een vliegbrevet? Dat is toch niet voor iedereen weggelegd. Je moet een vracht regels kennen, op de hoogte zijn van vliegtuigtechniek, aerodynamica, meteorologie en nog veel meer. De oplossing is eenvoudig, althans eenvoudig op te schrijven. 'Volgens de maker', aangehaald in de ook al niet zo kritische New Scientist en overgeschreven door De Volkskrant, zou er helemaal geen vliegbrevet nodig zijn voor een Skycar. De inzittenden zouden alleen maar een bestemming hoeven intoetsen. Computers, ziet u.

Wanneer zou het zover zijn? 'Straks,’ aldus de krant. 'Could eventually,' stond in New Scientist. Op den duur misschien, dus. Er wordt door Amerikaanse luchtvaartautoriteiten namelijk gewerkt aan een systeem om vliegtuigen met computers van vliegveld naar vliegveld te geleiden. Maar als dat systeem al succesvol wordt, maakt New Scientist duidelijk, is het helemaal niet gezegd dat het zal worden gebruikt voor particulier luchtvervoer. Het is bedoeld om gebruik te kunnen maken van vliegveldjes met weinig faciliteiten (geen radar bijvoorbeeld), niet om piloten overbodig te maken. Piloten zijn in de meeste hedendaagse vliegtuigen juist een essentiële backup-voorziening: als de computer faalt moet de piloot het kunnen overnemen.

New Scientist vraagt zich net zo min als De Volkskrant af hoe dat moet, als er honderdduizenden Skycars rondzwermen. Was het luchtruim niet al vol? Nee hoor, de Computer knapt dat wel op. Een speciaal navigatiesysteem in de Skycar zelf moet het mogelijk maken dat je 'in de avond bij dichte mist kunt landen in oma's achtertuin, zonder de waslijn te raken,' zegt een medewerker van Moller. Voor zulk optimisme is, na Star Wars en na de flaters met 'slimme wapens' in de Balkanoorlog, geen enkele rechtvaardiging.

De Skycar, lees ik, heeft een topsnelheid van 600 km, brandstofverbruik 1 op 8 en een stuwkracht van ongeveer een ton. Kun je sinds kort een Skycar kopen dan? Het staat niet in De Volkskrant maar wel in New Scientist. Some time in the next few weeks, ze weten nog niet eens wanneer, krijgt het prototype zijn luchtdoop. Een eerste proefvlucht. Hij zal twee meter opstijgen, een minuut zweven, en dan weer landen. Dat is de bedoeling; of het goed zal gaan moeten we afwachten. Zover is het dus met het particuliere luchtvervoer. Het zweven boven de file komt voor rekening van de gladde tong van een ondernemer en de goedgelovigheid van journalisten.

 


Het materiaal dat hier verkrijgbaar is mag worden gedownload, gelezen en zelfs gekopieerd, maar alleen voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Alles is copyright Herbert Blankesteijn, tenzij anders vermeld.